Taken en functies per positie in het voetbal

Regelmatig krijgen wij vragen zoals ‘Wat is de taak de van linkermiddenvelder?’ of ‘Wat moet je doen als spits?’ Geen onbelangrijke vragen.

Ook al kun je goed voetballen, voetbal is een teamsport. Als je als team wedstrijden wilt winnen, dan zul je de taak die bij jouw positie hoort goed moeten uitvoeren! In dit ultieme artikel zoomen wij in op de taken en functies die bij de verschillende posities horen.

We baseren ons overzicht met de positienummers uit het 4-3-3 systeem met de punt naar achteren, nog steeds het meest gespeelde systeem op de Nederlandse velden:

4-3-3 punt naar achteren (NL) - posities en nummers
4-3-3 punt naar achteren (NL)

(1) Keeper

Balbezit:

  • Meedoen met het spel, naar de kant van de bal mee bewegen, onder de bal komen. In balbezit aanspeelbaar zijn;
  • Keeper kan opkomen tot rand 16 meter om verdedigers te ondersteunen in de opbouw;
  • Coachen van zijn verdediging en middenveld;

Balverlies:

  • Als de bal over de middenlijn is, gaan de keepers op de 16 meter lijn staan;
  • Scherp zijn voor de “lange” bal over de verdedigers;
  • Coachen van de verdedigers (2) en (5), “knijpen” naar de kant van de bal;
  • Zorgen dat (3) of (4) kort in de dekking staat bij de spits van de tegenstander.

 

(2) en (5) Rechts- en Linksback

Balbezit:

  • Bij het verzorgen van de opbouw staan de backs breed en hoog, ongeveer 5 meter onder de middenlijn;
  • Ruimte houden voor de diepe bal naar (7) of (11);
  • Initiatief nemen om bij balbezit, aanvallers te ondersteunen;
  • Als (2) naar voren gaat, knijpt (5) naar binnen en andersom om altijd met 3 CV’s uit te komen;
  • Neemt aan zijn/haar kant de ingooi;

Balverlies:

  • “Knijpen” naar de kant van de bal;
  • Rugdekking geven aan (3) en (4);
  • Dichter in het centrum gaan staan, zodat de buitenspeler van de TP alleen buitenom kan passeren (binnendoor mag nooit !!!! );
  • Voorzet van TP eruit halen.

(3) en (4) Centrale verdedigers

Balbezit:

  • Bij de opbouw ongeveer op de punt van de 5 meter gaan staan;
  • Proberen via één van de middenvelders op te bouwen;
  • Kiezen voor zekerheden;

Balverlies:

  • Oppakken van de diepe spits (opsluiten één ervoor en één erachter);
  • Er is altijd iemand in het centrum;
  • Rugdekking aan (2) en (5);
  • Doordekken als VM (6) doorstapt of als deze uitgespeeld is.

(6) Verdedigende middenvelder

Balbezit:

  • Ruimte maken voor (3) en (4) in de opbouw;
  • Tussen (3) en (4) komen om de opbouw vanaf de keeper te verzorgen;
  • Aanspeelbaar zijn voor (8) en (10) om de bal er weer onderuit te kunnen halen;
  • Vanuit het centrum spelen;
  • Schuin achter de bal aanbieden;

Balverlies:

  • Blijf in je positie, dit is heel cruciaal omdat er anders een te groot gat valt (“onder de bal blijven”);
  • Verdediging ondersteunen vanuit het centrum;
  • Controlerende taak en opvangen aanvallende middenvelder van de TP;
  • Vanuit het centrum spelen en zorgen voor een goede veldbezetting;
  • Tweede bal winnen.

(8) en (10) (Aanvallende) middenvelders

Balbezit:

  • Aanval ondersteunen via (7) en (11);
  • Schuin onder en niet te dicht op spits (9) komen;
  • Schakelfunctie met de 3 aanvallers;
  • Vrij komen van directe tegenstander, altijd aanspeelbaar zijn;

Balverlies:

  • Direct omschakelen en je verdedigende taken op het middenveld uitvoeren;
  • Ondersteunend zijn aan eigen middenveld. (knijpen)
  • Eigen man dekken en eventueel doordekken

(7) en (11) Rechts- en Linksbuiten

Balbezit:

  • Speelveld groot, diep en breed maken/houden;
  • Spelen met je rug tegen de zijlijn;
  • Acties naar doel van de tegenstander gericht;
  • 1 tegen 1 actie kunnen maken om achterlijn te halen;
  • Als één van de middenvelders (8) of (10) de bal heeft dan komen de buitenspelers naar binnen zodat de backs (2) en (5) er over heen kunnen komen;
  • Altijd in beweging zijn. (vooractie in de bal of van de bal af);

Balverlies:

  • Knijpen naar de kant van de bal. (centrum is lijn);
  • Met de Backs (2) en (5) van de tegenstander meegaan als zij opkomen;
  • Druk zetten als (2) of (5) van de TP wordt ingespeeld.

(9) Spits

Balbezit:

  • Houdt speelveld groot door diep te spelen;
  • Bal vasthouden om spelers aan te laten sluiten;
  • Zoekt positie voor het doel in het 5 meter gebied;
  • Doelgericht zijn, acties maken om diep te gaan/ aanspeelbaar te zijn;

Balverlies:

  • Zet druk op ingespeelde centrale verdediger;
  • Sluit pass lijn terug naar de keeper af;
  • Lange bal eruit halen.

 

Plaats een reactie