Opstelling maken, stappenplan met tips

Gepubliceerd door Erwin op

 

Als voetbalcoach besteedt je veel tijd aan het maken van de opstelling. Je kunt soms wel uren bezig zijn met het puzzelen met de opstelling en de wissels.

Logisch, goed voetbal begint immers met de juiste opstelling. De gekozen opstelling bepaalt onder andere in grote lijnen de speelwijze.  En de spelers willen graag antwoord hebben op de voor hun belangrijkste vraag: ‘Waar sta ik vandaag in de opstelling?’

Het maken van de opstelling is dan ook de kerntaak van iedere voetbalcoach. Een soms lastige puzzel, die moet worden opgelost. Op vragen als: ‘Welk systeem?’, ‘Wie zet ik centraal op het middenveld?’, ‘Hoe speelt de tegenstander?’ en talloze andere vragen, zal een goed antwoord moeten worden gevonden.

Als trainer/coach zul je dit eenvoudig en duidelijk aan de spelers moeten uitleggen. Zodat het voor iedereen duidelijk is wat zijn rol is en wat er van hem/haar verwacht wordt. Want dat is het belangrijkste duidelijkheid voor iedereen.

Maar, hoe maak je nu een goede opstelling? Onderstaand stappenplan is een (in de praktijk beproefd) hulpmiddel voor het maken van een opstelling. Het is een eenvoudig raamwerk, dat overal en altijd gehanteerd kan worden.



Kort samengevat

Voordat wij in dit artikel een volledige uiteenzetting geven over het maken van een opstelling, vind je hieronder een korte samenvatting. Hierin vind je kort maar krachtig omschreven hoe je nu het beste een opstelling kunt maken:

  1. Spelersmateriaal bepaalt het te spelen systeem;
  2. Zet zoveel mogelijk spelers op hun voorkeurspositie;
  3. Maak de as het sterkste gedeelte van je team;
  4. Zorg voor balans en goede veldbezetting in je team.

Met deze vuistregels in je achterhoofd kun je aan de slag.

 

1. Spelersmateriaal bepaalt het te spelen systeem

Dit is een valkuil waarin vele voetbalcoaches stappen. Ze hebben een bepaalde opvatting over hoe voetbal gespeeld moet worden. Op zich is daar natuurlijk helemaal niets mis mee.

Maar, vervolgens gaan ze een invulling geven aan dit systeem, door de posities in het systeem in te vullen met spelers. Het uitgangspunt is dan het systeem; en niet de spelers. En niet andersom.

En dan kan het dus fout gaan. Hoe vaak zien we niet dat het misgaat, omdat de spelers de speelwijze niet goed kunnen uitvoeren?

Bijvoorbeeld een coach wil 3-4-3 spelen, maar heeft daarvoor niet de juiste verdedigers tot zijn beschikking. Verdedigers, die niet zo snel zijn en moeite hebben met grote ruimtes in hun rug.

Dan is de kans op falen erg groot.

Lees hieronder hoe Louis van Gaal tijdens het WK van 2014 op zeer succesvolle wijze zijn speelwijze aanpaste aan het beschikbare spelersmateriaal.

Oranje tijdens WK 2014

Hoewel Van Gaal een groot voorstander is van een systeem met buitenspelers, had hij voorafgaand aan het WK geconstateerd niet over de juiste verdedigers voor een dergelijk systeem te beschikken.

Met De Vrij, Vlaar en Martins Indi had hij 3 ijzersterke mandekkers. Probleem was echter dat zijn niet zo snel waren en moeite hadden met veel ruimte in hun rug.

Daarom koos Van Gaal voor een 5-3-2 systeem waarbij deze 3 verdedigers dicht bij elkaar speelden. Blind en Janmaat speelden als vleugelverdedigers op de flanken.

Alhoewel Van Gaal in verschillende wedstrijden tijdens de rust overschakelde naar een systeem met 3 spitsen, vormde dit systeem de basis waarmee Nederland speelde.

Oranje speelde compact van achteruit en gokte op de bevliegingen van met name Arjen Robben, die in de vorm van zijn leven was. Oranje werd derde op dit WK. Met een selectie die er zeker niet bovenuit stak.

Bovenstaand huzarenstukje van Van Gaal, is het schoolvoorbeeld dat de kwaliteiten van de spelers het te spelen systeem bepalen. En niet andersom.

 

Het allereerste uitgangspunt bij het maken van een opstelling is dan ook:

  1. Kijk eerst naar de kwaliteiten van je spelers;
  2. En kies vervolgens een systeem dat daar het beste bij past.

 

2. Voorkeursposities

Ga zoveel mogelijk uit van voorkeursposities.

Spelers geven vaak zelf aan waar ze graag willen spelen. Meestal zijn dit ook de posities waar ze het best uit de voeten kunnen. Dat voelen spelers over het algemeen goed aan.

Verder kun je als trainer/coach ook zelf inschatten, op welke plekken een speler goed kan spelen. Door goede te kijken naar de manier van spelen, houding in het veld, technische- en tactische kwaliteiten krijg je een goed beeld.

Het is een hele uitdaging om een speler tegen zijn wil in op een voor hem onbekende positie op te stellen. Als je als coach hiervoor goede redenen hebt, leg het dan uit. Geef aan wat de rol van de speler binnen het team is.

Soms kan soms het ook een hele eye-opener voor een speler zijn, om op een andere plek te spelen.

Vanaf deze nieuwe plek ziet en voelt het voetbal heel anders voor die speler. Gevolg hiervan is dat de speler bewuster aan de gang gaat met zijn rol in het elftal. Uiteindelijk zal dit het spelinzicht van de speler ten goede komen.

Zeker op lange termijn kan het gunstig zijn voor een speler om zich (ook) op andere posities te ontwikkelen.

 

3. Aandachtstype speler

Een hulpmiddel om spelers te kunnen inschatten en daarmee beter hun positie te bepalen, is te kijken naar het aandachtstype. Spelers hebben vaak (bewust of onbewust) een voorkeur waarop ze hun aandacht richten tijdens het voetbal.

Een speler kan zijn aandacht richten op bepaalde (technische) voetbaldetails, of meer bezig zijn met zijn omgeving (overzicht). Tijdens het voetballen verandert de aandacht van een speler continu. Maar iedere speler heeft een bepaalde voorkeur.

Het boek VoetbalPsychologie van Bram Meurs gaat uitgebreid in op aandachtstypen en op het coachen & trainen daarvan.

Spelers die voorkeur hebben om meer bezig te zijn met de omgeving en het overzicht, kun je bijvoorbeeld centraal in de verdediging of middenveld zetten. Van hieruit kunnen zij meer de lijnen uitzetten en andere spelers coachen.

Een speler die meer van het aandachtstype details is, kan een doelgerichte spits zijn of een mandekker die graag zijn man uitschakelt.

Uiteraard ligt hier het gevaar van het “indelen in hokjes” op de loer. Daarom zien wij deze benadering als een goed hulpmiddel, maar niet als “alles bepalend”.

 

Over “VoetbalPsychologie, op het veld met de bal aan de voet”

VoetbalPsychologie

Het boek VoetbalPsychologie is een uitstekend instrument voor iedere voetbalcoach en -trainer, ongeacht het niveau. Dit boek is geschreven door psycholoog en oud betaald voetballer Bram Meurs.

Doel van het boek is, om inzicht te geven in sportpsychologie en hulp te bieden bij onder meer het omgaan met druk, stress en andere mentale aspecten.

VoetbalPsychologie geeft een interessant inzicht in de psyche van de voetballer.

Als je zelf gevoetbald hebt, krijg je snel gevoel bij aandachtstypen waarover hij schrijft. Uiteraard ging ik ook bij mezelf ten rade om te kijken welk aandachtstype ik als voetballer was.

Naast de psychologische theorie is het VoetbalPsychologie vooral praktisch en vind je er aantal uitgebreide- en onderbouwde oefenvormen.

Deze oefenstof heeft thema’s zoals wedstrijdspanning, kijkgedrag, doelstellingen in het voetbal en sjabloontraining. De oefeningen zijn aan te passen, goed uit te voeren en geschikt voor alle niveaus. Van jeugdspelers krijg ik regelmatige positieve feedback over de oefenvormen uit VoetbalPsychologie.

Tenslotte denk ik dat je spelers echt kunt helpen door je te realiseren met welk aandachtstype je te maken hebt. Op die manier kun je je beter inleven in de speler en gerichte aanwijzingen geven.

 

4. Sterkste spelers in de as

De sterkste spelers stel je zoveel mogelijk op de in de as van het veld.

De sleutelposities in het voetbal bevinden zich in de as van het veld. Hier wordt het spel gemaakt en is doorgaans de meeste activiteit. Denk aan posities als centrale verdediger, verdedigende middenvelder, centrale middenvelder, aanvallende middenvelder en spits. Deze spelers zijn het meest aan de bal.

Daarom is het gunstig om in ieder geval een sterke as in je ploeg te hebben.

 

5. Balans op het middenveld

Zorg voor balans op het middenveld. Het is mooi om diepgaande spelers te hebben, maar je wilt ook graag je middenveld bezet houden. Bezet houden, om bij balverlies goed te kunnen reageren.

Een middenveld dat uit balans is, kan:

  1. of te statisch zijn;
  2. of teveel diepgang hebben.
Statisch middenveld

1. Statisch middenveld

Middenveld teveel diepgang

2. Teveel diepgang

In het eerste geval zie je vooral spelers die de bal graag in de voet willen hebben. Het wordt dan vooral erg vol op het middenveld en het spel in de opbouw is stroperig. In geval 2, teveel diepgang, heb je teveel middenvelders die voor de bal uitlopen.

Er is inderdaad, in tegenstelling tot het statische middenveld, meer beweging zonder bal. Maar bij balverlies is de kans groot dat het middenveld open ligt. Dit laatste is herkenbaar voor veel trainers en coaches in het jeugdvoetbal.

Een middenveld met een goede balans bevat een mix tussen statisch en- dieptespel.

 

6. Linksbenig en rechtsbenig (tweebenig)

Het is altijd goed om spelers zoveel mogelijk volgens hun natuur te laten spelen. Dus linksbenige spelers gewoon op links en rechtsbenige spelers gewoon op rechts. Over het algemeen is het aandeel aan linksbenige spelers binnen een selectie beperkt.

Mocht je als coach binnen een selectie met weinig linksbenige spelers beschikken over een goede linksbenige spelverdeler, dan is het altijd lastig om deze afweging te maken. Je wilt immers beschikken over de sterkste as (zie punt 3. Sterkste spelers in de as). Iedere coach zal hiervoor zijn eigen afweging maken.

Op het hoogste niveau zien we al jaren de trend dat buitenspelers op de ‘verkeerde’ flank worden gezet. Rechtsbenige- op links en linksbenige spelers op rechts. Als je de beschikking hebt over een buitenspeler met een sterk schot en goede actie binnendoor, dan is dit zeker het overwegen waard. Maar de speler zal dan wel een meerwaarde moeten hebben.

Wij geven de voorkeur aan de natuurlijke posities voor buitenspelers (linksbenig op links en rechtsbenig op rechts). Een voorzet c.q. teruggetrokken bal is nog altijd bijna niet te verdedigen.

 

7. Snelle spelers

Iedere coach heeft graag de beschikking over snelle aanvallers/verdedigers. Voor middenvelders is snelheid minder belangrijk. Daarvoor is loopvermogen meer van belang. Dus als het mogelijk is, zet de snelle(re) spelers bij voorkeur in de aanval/verdediging.

 

8. Het maken van afspraken

Misschien niet een tip die echt te maken heeft met de opstelling. Maar we willen ‘m toch even noemen. Het maken van onderlinge afspraken.

Bijvoorbeeld speel je als ploeg op buitenspel? En zo ja, hoe doe je dat dan? Maak afspraken voor de standaardsituaties: wie neemt de corners, vrije trappen en inworpen. En maak ook verdedigende afspraken voor deze spelhervattingen. Het geeft duidelijk en voorkomt misverstanden en discussies in het veld.

 

9. Maak ’t niet te ingewikkeld

Maar maak ’t ook niet te ingewikkeld. En daarmee wordt bedoeld dat de coach allerlei ‘exotische’ systemen bedenkt. Systemen waarbij bijvoorbeeld 5 spelers op 1 linie staan. Risico daarvan is dat het te vol wordt op een linie en spelers elkaar in de weg lopen. Of spelers denken dat de ‘ander’ het wel oplost.

Beter is het om uit te gaan van een eenvoudiger systeem zoals 4-3-3 of 4-4-2. Vervolgens kan je door de spelers op de posities te zetten, accenten leggen door een invulling te geven aan het systeem. Bijvoorbeeld door in een 4-3-3 met de punt naar achteren, of juist met de punt naar voren te spelen. Zo’n kleine aanpassing kan meteen een geheel andere manier van spelen inhouden.

Zoals aangegeven kun je ook door bepaalde spelers op posities te geven, een andere invulling aan een systeem geven. Zo kan het bijvoorbeeld zijn, dat een ploeg met 4-4-2 begint. Maar dat bijvoorbeeld er een zeer aanvallende middenvelder is, die regelmatig doorschuift naar de spits. In de praktijk speel je dan als ploeg (in balbezit) gewoon 4-3-3.

Het systeem is dus de basis en spelers voeren een variant daarvan uit.

 

10. In de pupillen anders dan bij de junioren en senioren

Omdat je in de pupillen met andere aantallen dan 11 tegen 11 speelt, bijvoorbeeld 8 tegen 8 bij O11/O12, gelden hiervoor andere systemen. Vergeet ook niet dat dit vooral bij de pupillen van ondergeschikt belang is. Spelplezier en veel balcontacten staan daar voorop.

 

11. Hulpmiddelen

Coachbord

Een coachbord is een uitstekend hulpmiddel om een opstelling te maken. Een bijkomend voordeel is dat je met een coachbord eenvoudig een opstelling kan toelichten en visueel maken. Verder is het ook handig om de te spelen tactiek uit te leggen met voorbeelden.

Coachbord

Een coachbord of tactiekbord is een soort whiteboard dat een voetbalveld uitbeeldt, met daarbij magneten en/of stiften. Ze zijn verkrijgbaar in diverse maten en prijzen. Vanaf a4-formaat tot borden van meer dan een meter breed, die ook nog eens oprolbaar of verrijdbaar kunnen zijn.

Een goed coachbord hoeft niet duur te zijn. Vanaf iets meer dan 50 Euro heb je een degelijk coachbord. Een tactiekbord in a4-formaat is er al vanaf 30 Euro.

Op bol.com vind je een mooi overzicht en aanbod van diverse coachborden. Er is ook een KNVB coachmap voor 25 Euro. Deze map is een kleine variant op een coachbord, waarmee je ook aantekeningen kunt maken.

 

Op de pagina “Coachbord, hulpmiddel voor de moderne trainer” vind je een uitgebreide handleiding voor het kopen van het juiste coachbord!

 

Van stappenplan naar opstelling

Bovenstaand stappenplan biedt een gestructureerde basis om een opstelling voor een voetbalelftal te maken. Dit kan als leidraad dienen om tot een opstelling te komen.

Het zorgt er in ieder geval voor dat je als coach aan de belangrijkste facetten hebt gedacht. Zodat het tactisch plan via de opstelling kan worden uitgevoerd.

Schematisch kun je het als volgt zien:

spelersmateriaal -> voorkeursposities -> as van het veld -> overige posities -> =opstelling

 

Systemen en posities

Elders op deze website staan in het artikel over rugnummers diverse opstellingen met systemen vermeld. Daarnaast is er ook een artikel over alle mogelijke posities in het veld.

Ook vind je op Voetbalminded een ‘beter voetballen’ sectie met tips per positie. Deze informatie kan handig zijn als om als achtergrondinformatie door te lezen.

Ongetwijfeld zijn er nog genoeg andere tips en suggesties. Mocht je deze hebben, dan horen wij dat graag. Je kunt gewoon een reply onderaan dit bericht geven. Alvast bedankt!




2 reacties

Tips voor een beginnend voetbaltrainer/coach - World Of Now · 16 oktober 2019 op 18:40

[…] Wat makkelijk is om te doen bij een eerste oefenwedstrijd om iedereen zo veel mogelijk te laten spelen. Dit kun je doen door bijvoorbeeld iedereen minimaal 60 minuten van de 90 te laten spelen. Dit doe je door de wedstrijd in vakken van 30 minuten in te delen. Maak vooraf 3x een opstelling waarbij iedereen minimaal 2x in de basis staat op zijn of haar favoriete positie. Een stappenplan hierbij kan helpen. Klik hier voor een goede uitleg hierover! […]

Het geheim van een goede opstelling - More than a coach · 2 december 2019 op 17:45

[…] zeker ook eens op Voetbalminded.nl voor een stappenplan met […]

Gesloten voor reacties.