Artikel laatst bijgewerkt op juni 29, 2018

Het maken van een opstelling is de kerntaak van iedere voetbalcoach. Vaak een complexe puzzel, die moet worden opgelost. Op vragen als: ‘Welk systeem?’, ‘Wie zet ik centraal op het middenveld?’, ‘Hoe speelt de tegenstander?’ en nog veel meer vragen, zal een goed antwoord moeten worden gevonden.

 

Zo was Antonio Conte, voor de CL-thuiswedstrijd tegen FC Barcelona (20/2/2018), wekenlang aan het puzzelen aan zijn Chelsea opstelling. Belangrijkste vraag: Hoe kon hij Messi afstoppen?

Chelsea speelde vervolgens een dijk van een wedstrijd en kwam 1-0 voor. 1 fout van verdediger Christensen leidde echter de 1-1 in. Maker van dat doelpunt: Messi….

Het geeft maar weer eens aan dat een goede opstelling erg belangrijk is. Maar uiteindelijk zijn het de spelers in het veld die de tactiek moeten uitvoeren.

 

De opstelling (met wissels) is ook een vast onderdeel van de wedstrijdbespreking. Het vormt de basis van het uit te voeren tactisch plan. Als trainer/coach zul je dit goed (beargumenteerd) aan de spelers moeten uitleggen.

Onderstaand stappenplan is een goed, in de praktijk beproefd, hulpmiddel voor het maken van een opstelling.

 

Stappenplan voetbal opstelling maken

 

1. Spelersmateriaal bepaalt het te spelen systeem

Dit is een valkuil waarin vele voetbalcoaches stappen. Ze hebben een bepaalde opvatting over hoe voetbal gespeeld moet worden. Daar is op zich natuurlijk helemaal niets mis mee. Maar, vervolgens gaan ze een invulling geven aan dit systeem, door de posities in het systeem in te vullen met spelers. Het uitgangspunt is dan het systeem; en niet de spelers.

En dan kan het dus fout gaan.

Hoe vaak zien we niet dat het misgaat omdat de spelers de speelwijze niet goed kunnen uitvoeren?

Bijvoorbeeld dat een coach 3-4-3 wil spelen, maar daarvoor niet de juiste verdedigers tot zijn beschikking heeft. Verdedigers, die niet zo snel zijn en moeite hebben met grote ruimtes in hun rug. Dan is de kans op falen erg groot. Voor het 3-4-3 systeem is het namelijk cruciaal dat je beschikt over snelle verdedigers. Die goed in 1 tegen 1 zijn en voldoende loopvermogen hebben. Anders wordt je er gewoon uit gesprint.

In bovenstaande geval zou het beter zijn om bijvoorbeeld een 5-3-2 systeem te spelen. Zoals Louis van Gaal dat deed met Oranje op het WK van 2014.

 

Oranje tijdens WK 2014

Hoewel hij een groot voorstander is van een systeem met buitenspelers, had hij voorafgaand aan het WK geconstateerd niet over de juiste verdedigers voor een dergelijk systeem te beschikken. Met De Vrij, Vlaar en Martins Indi had hij 3 ijzersterke mandekkers. Probleem was echter dat zijn niet zo snel waren en moeite hadden met veel ruimte in hun rug.

Daarom koos Van Gaal voor een 5-3-2 systeem waarbij deze 3 verdedigers dicht bij elkaar speelden. Blind en Janmaat speelden als vleugelverdedigers op de flanken. Een succesvol systeem was geboren. Oranje speelde compact van achteruit en gokte op de bevliegingen van met name Arjen Robben, die in de vorm van zijn leven was. Oranje werd derde op dit WK. Met een selectie die er zeker niet bovenuit stak.

Bovenstaand huzarenstukje van Van Gaal, is het schoolvoorbeeld dat de kwaliteiten van de spelers het te spelen systeem bepalen. En niet andersom.

Dit is dan ook het eerste uitgangspunt bij het maken van een opstelling:

  1. Kijk eerst naar de kwaliteiten van je spelers;
  2. Kies vervolgens een systeem dat daar het beste bij past.

 

2. Voorkeursposities

Ga zoveel mogelijk uit van voorkeursposities. Spelers geven vaak zelf aan waar ze graag willen spelen. Meestal zijn dit ook de posities waar ze het best uit de voeten kunnen. Dat voelen spelers over het algemeen goed aan.

Het is een hele uitdaging om een speler tegen zijn wil in op een voor hem onbekende positie op te stellen. Als je als coach hiervoor goede redenen hebt, leg het dan uit. Geef aan wat de rol van de speler binnen het teambelang is.

Soms kan soms het ook een hele eye-opener zijn voor een speler, om op een andere plek te spelen. Vanaf deze nieuwe plek ziet en voelt het voetbal heel anders voor die speler. Gevolg hiervan is dat de speler bewuster aan de gang gaat met zijn rol in het elftal. Uiteindelijk zal dit het spelinzicht van de speler ten gunste komen.

Zeker op lange termijn kan het gunstig zijn voor een speler om zich op andere posities te ontwikkelen. Meestal zie je dat al aan de mogelijkheden die de speler in zich heeft.

 

3. Aandachtstype speler

Een hulpmiddel om spelers te kunnen inschatten en daarmee beter hun positie te bepalen, is te kijken naar het aandachtstype. Spelers hebben vaak (bewust of onbewust) een voorkeur waarop ze hun aandacht richten tijdens het voetbal.

Een speler kan zijn aandacht richten op bepaalde details, of meer bezig zijn met zijn omgeving (overzicht). Tijdens het voetballen verandert de aandacht continu, maar iedere speler heeft een bepaalde voorkeur. Het boek VoetbalPsychologie van Bram Meurs gaat uitgebreid in op aandachtstypen en op het coachen/trainen daarvan.

Spelers die voorkeur hebben om meer bezig te zijn met de omgeving en het overzicht, kun je bijvoorbeeld centraal in de verdediging of middenveld zetten. Van hieruit kunnen zij meer de lijnen uitzetten en andere spelers coachen. Een speler die meer van het aandachtstype details is, kan een doelgerichte spits zijn of een mandekker die graag zijn man uitschakelt.

Uiteraard ligt hier het gevaar van het “indelen in hokjes” op de loer. Daarom zien wij deze benadering als een goed hulpmiddel, maar niet als “alles bepalend”.

 

4. Sterkste spelers in de as

De sterkste spelers stel je zoveel mogelijk op de in de as van het veld.

De sleutelposities in het voetbal bevinden zich in de as van het veld. Hier wordt het spel gemaakt en is doorgaans de meeste activiteit. Denk aan posities als centrale verdediger, verdedigende middenvelder, centrale middenvelder, aanvallende middenvelder en spits. Deze spelers zijn het meest aan de bal. Daarom is het gunstig om in ieder geval een sterke as in je ploeg te hebben.

 

5. Balans op het middenveld

Zorg voor balans op het middenveld. Het is mooi om diepgaande spelers te hebben, maar je wilt ook graag je middenveld bezet houden. Bezet houden, om bij balverlies goed te kunnen reageren.

Een middenveld dat uit balans is, kan:

  1. of te statisch zijn;
  2. of teveel diepgang hebben.
Statisch middenveld

1. Statisch middenveld

Middenveld teveel diepgang

2. Teveel diepgang

In het eerste geval zie je vooral spelers die de bal graag in de voet willen hebben. Het wordt dan vooral erg vol op het middenveld en het spel in de opbouw is stroperig. In geval 2, teveel diepgang, heb je teveel middenvelders die voor de bal uitlopen. Er is inderdaad, in tegenstelling tot het statische middenveld, meer beweging zonder bal. Maar bij balverlies is de kans groot dat het middenveld open ligt.

Een middenveld met een goede balans bevat een mix tussen statisch en- dieptespel.

 

6. Linksbenig en rechtsbenig (tweebenig)

Het is altijd goed om spelers zoveel mogelijk volgens hun natuur te laten spelen. Dus linksbenige spelers gewoon op links en rechtsbenige spelers gewoon op rechts. Over het algemeen is het aandeel aan linksbenige spelers binnen een selectie beperkt. Mocht je als coach binnen een selectie met weinig linksbenige spelers beschikken over een goede linksbenige spelverdeler, dan is het altijd lastig om deze afweging te maken. Je wilt immers beschikken over de sterkste as (zie punt 3. Sterkste spelers in de as). Iedere coach zal hiervoor zijn eigen afweging maken.

Op het hoogste niveau zien we al jaren de trend dat buitenspelers op de ‘verkeerde’ flank worden gezet. Rechtsbenige- op links en linksbenige spelers op rechts. Als je de beschikking hebt over een buitenspeler met een sterk schot en goede actie binnendoor, dan is dit het overwegen waard. Maar de speler zal dan wel een meerwaarde moeten hebben.

Wij geven de voorkeur aan de natuurlijke posities voor buitenspelers (linksbenig op links en rechtsbenig op rechts). Een voorzet c.q. teruggetrokken bal is nog altijd bijna niet te verdedigen.

 

7. Snelle spelers

Iedere coach heeft graag de beschikking over snelle aanvallers/verdedigers. Voor middenvelders is snelheid minder belangrijk. Daarvoor is loopvermogen meer van belang. Dus als het mogelijk is, zet de snelle(re) spelers bij voorkeur in de aanval/verdediging.

 

8. Het maken van afspraken

Misschien niet een tip die echt te maken heeft met de opstelling. Maar we willen ‘m toch even noemen. Het maken van onderlinge afspraken.

Bijvoorbeeld speel je als ploeg op buitenspel? En zo ja, hoe doe je dat dan? Maak afspraken voor de standaardsituaties: wie neemt de corners, vrije trappen en inworpen. En maak ook verdedigende afspraken voor deze spelhervattingen. Het geeft duidelijk en voorkomt misverstanden en discussies in het veld.

 

9. Maak ’t niet te ingewikkeld

Maar maak ’t ook niet te ingewikkeld. En daarmee wordt bedoeld dat de coach allerlei ‘exotische’ systemen bedenkt. Systemen waarbij bijvoorbeeld 5 spelers op 1 linie staan. Risico daarvan is dat het te vol wordt op een linie en spelers elkaar in de weg lopen. Of spelers denken dat de ‘ander’ het wel oplost.

Beter is het om uit te gaan van een eenvoudiger systeem zoals 4-3-3 of 4-4-2. Vervolgens kan je door de spelers op de posities te zetten, accenten leggen door een invulling te geven aan het systeem. Bijvoorbeeld door in een 4-3-3 met de punt naar achteren, of juist met de punt naar voren te spelen. Zo’n kleine aanpassing kan meteen een geheel andere manier van spelen inhouden.

Zoals aangegeven kun je ook door bepaalde spelers op posities te geven, een andere invulling aan een systeem geven. Zo kan het bijvoorbeeld zijn, dat een ploeg met 4-4-2 begint. Maar dat bijvoorbeeld er een zeer aanvallende middenvelder is, die regelmatig doorschuift naar de spits. In de praktijk speel je dan als ploeg (in balbezit) gewoon 4-3-3.

Het systeem is dus de basis en spelers voeren een variant daarvan uit.

 

10. In de pupillen anders dan bij de junioren en senioren

Omdat je in de pupillen 5 tegen 5, 7 tegen 7 of 9 tegen 9 speelt, gelden hiervoor andere systemen. Vergeet ook niet dat dit vooral bij de pupillen van ondergeschikt belang is. Spelplezier en veel balcontacten staan daar voorop.

 

11. Hulpmiddelen

Coachbord

Een coachbord is een uitstekend hulpmiddel om een opstelling te maken. Een bijkomend voordeel is dat je met een coachbord eenvoudig een opstelling kan toelichten en visueel maken. Verder is het ook handig om de te spelen tactiek uit te leggen met voorbeelden.

Coachbord

Een coachbord of tactiekbord is een soort whiteboard dat een voetbalveld uitbeeldt, met daarbij magneten en/of stiften. Ze zijn verkrijgbaar in diverse maten en prijzen. Vanaf a4-formaat tot borden van meer dan een meter breed, die ook nog eens oprolbaar of verrijdbaar kunnen zijn.

Een goed coachbord hoeft niet duur te zijn. Vanaf iets meer dan 50 Euro heb je een degelijk coachbord. Een tactiekbord in a4-formaat is er al vanaf 30 Euro.

Op bol.com vind je een mooi overzicht en aanbod van diverse coachborden. Er is ook een KNVB coachbord voor 25 Euro. Deze vinden wij zelf minder handig, omdat deze vrij klein is en de magneten snel kwijt raken.

 

Op de pagina “Coachbord, hulpmiddel voor de moderne trainer” vind je een uitgebreide handleiding voor het kopen van het juiste coachbord!

Apps

Tenslotte zijn er tegenwoordig veel apps waarmee je een opstelling kan maken op je smartphone/of tablet.

Onderstaand enkele gratis apps:

Dit zijn voorbeelden van een aantal apps. Je kunt uiteraard ook gewoon voor pen en papier gaan. Of een opstelling in Word of Excel maken.

 

Van stappenplan naar opstelling

Bovenstaand stappenplan biedt een gestructureerde basis om een opstelling voor een voetbalelftal te maken. Dit kan als leidraad dienen om tot een opstelling te komen. Het zorgt er in ieder geval voor dat je als coach aan de belangrijkste facetten hebt gedacht. Zodat het tactisch plan via de opstelling kan worden uitgevoerd.

Schematisch kun je het als volgt zien:

spelersmateriaal -> voorkeursposities -> as van het veld -> overige posities -> =opstelling

 

Systemen en posities

Elders op deze website staan in het artikel over rugnummers diverse opstellingen met systemen vermeld. Daarnaast is er ook een artikel over alle mogelijke posities in het veld.

Ook vind je op Voetbalminded een ‘beter voetballen’ sectie met tips per positie. Deze informatie kan handig zijn als om als achtergrondinformatie door te lezen.

 

Ongetwijfeld zijn er nog genoeg andere tips en suggesties. Mocht je deze hebben, dan horen wij dat graag. Je kunt gewoon een reply onderaan dit bericht geven. Alvast bedankt!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *