Jezelf ontwikkelen als buitenspeler

Laatst bijgewerkt door Erwin op

Buitenspelers zijn vaak attractieve spelers binnen een elftal. Spelers die tegenstanders passeren alsof ze er niet staan en regelmatig een goal scoren.

Vroeger stond de linksbuiten of rechtsbuiten meestal met het krijt aan zijn schoenen vastgeplakt aan de zijlijn. Met als voornaamste taak het uitspelen van de directe tegenstander en vervolgens het afleveren van een perfecte voorzet.

Maar dat is allang niet meer zo. Tegenwoordig zie je buitenspelers vaak naar binnen trekken of scoren met een spectaculair afstandsschot. Rechtsbenige aanvallers op links en linksbenige spelers als rechtsbuiten zijn allang geen uitzondering meer. De linksbuiten en rechtsbuiten zijn multifunctionele vleugelspelers geworden.

 

Hoe kun je jezelf verbeteren als buitenspeler?

Zoals gezegd, buitenspelers zijn multifunctionele voetballers geworden. Daarom wordt er nogal wat van je gevraagd om jezelf als buitenspeler te ontwikkelen. Als je deze uitdaging graag aangaat, dan is het een goed plan om verder te lezen. In dit artikel geven wij je 5 tips om jezelf als linksbuiten of rechtsbuiten echt te verbeteren.

Zelf heb ik jarenlang als linksbuiten gevoetbald. Ik deel je graag mijn ervaringen en tips. Lees hier meer over mijn achtergrond en het ontstaan van Voetbalminded.

 

Tip 1: Sta altijd open in balbezit

Doordat je als buitenspeler altijd in de buurt van de zijlijn staat, heb je een groot voordeel ten opzichte van spelers in de as. Als je jezelf goed opstelt, heb je namelijk altijd overzicht over het hele veld. In tegenstelling tot spelers in de as, die maar een deel van het veld kunnen overzien. Zij kunnen niet zien wat er in hun rug gebeurt.

Onderstaande afbeelding toont het verschil tussen hoe een speler in de as het veld ziet ten opzichte van een buitenspeler (die goed opgesteld staat):

 

Overzicht veld buitenspeler vs centrale middenvelder

Zoals je in bovenstaande afbeelding kunt zien, heeft, bij balbezit van nr 6 blauw, vleugelspeler nr 11 (onderste plaatje) een veel beter overzicht dan de centrale middenvelder nr 10 (bovenste plaatje). Voorwaarde daarbij is wel dat de buitenspeler goed open staat. Dat wil zeggen, met zijn rug naar de zijlijn.

 

Goed open staan

Doordat de buitenspeler met zijn rug naar de zijlijn staat, heeft hij 2 voordelen:

  1. Hij overziet het hele speelveld;
  2. Daarnaast kan hij direct een aanvallende actie inzetten.

Met punt 2 wordt een kernkwaliteit van een voetballer benoemd. Een speler die goed opgesteld staat, kan, zodra hij de bal ontvangt, meteen een vervolgactie inzetten. Deze vervolgactie kan bijvoorbeeld een dribbel of pass zijn. Staat een speler niet goed open, dan heeft hij onvoldoende overzicht over het veld voor zijn vervolgactie.

Om een goed overzicht te krijgen, zal hij met de bal aan de voet moeten gaan draaien om overzicht te krijgen. Dit levert vertraging en mogelijk balverlies op. In de praktijk zie je vaak dan ook dat er wordt gekozen voor een risicoloze kaats of breedtepass.

Hierdoor komt er weinig diepgang in het spel. Je hoort het Willem van Hanegem in zijn analyses ook vaak zeggen, dat veel spelers tegenwoordig niet goed open staan.

 

Hoe sta je als buitenspeler goed open?

Onderstaande afbeelding maakt duidelijk hoe je je als buitenspeler het beste opstelt. Zodat je het beste zicht hebt en je in staat bent om direct een voorwaartse actie in te zetten.

In het bovenste plaatje, bij balbezit van nummer 8 blauw, staat buitenspeler nummer 11 met zijn rug naar het doel van de tegenstander opgesteld.

Gevolg hiervan is dat het zicht op het veld beperkt is en hij voor een voorwaartse vervolgactie zal hij extra tijd nodig hebben. In het onderste plaatje is die extra tijd niet nodig, omdat de buitenspeler met zijn rug naar de zijlijn staat en een goed overzicht van het veld heeft.

 

Open staan als buitenspeler

 

Als we naar bovenstaande afbeeldingen kijken dan kun je de volgende vraag stellen: Het is toch logisch dat, in het bovenste plaatje de buitenspeler nummer 11 met zijn rug naar het doel van de tegenstander staat? Hij wil namelijk de bal afschermen voor zijn directe tegenstander, oranje nummer 2.

Dat klopt ook. Natuurlijk zal hij de bal moeten afschermen. Maar hij kan het ook anders aanpakken. Hoe dan?

In dit geval kan de buitenspeler nummer 11 ruimte creëren door naar de zijlijn uit te wijken, waardoor hij automatisch met zijn rug naar de zijlijn zal komen te staan. Daarmee maakt hij ook zijn speelruimte groter om zijn vervolgactie in te zetten:

Uitwijken buitenspeler

Tip 2: Zowel buitenom als binnendoor passeren

Als buitenspeler kom je regelmatig al dribbelend op je directe tegenstander af. Als je alleen maar buitenom of binnendoor probeert te passeren, dan word je al snel voorspelbaar. En dat is het laatste dat je wilt als vleugelspits. De kracht van de buitenspeler zit ‘m juist in de verrassing, dat je tegenstander niet weet wat je gaat doen.

Of je nu met je voorkeursbeen aan de “verkeerde kant” (linksbenig op rechts en rechtsbenig op links) staat of niet, als je via beide kanten kunt passeren dan heb je een groot voordeel. Een verdediger weet niet van tevoren wat je gaat doen en je kunt ‘m makkelijker over zijn zwakke been passeren.

Meestal heb je als buitenspeler een favoriete kant om te passeren. De kant van je voorkeursbeen. Die kant is over het algemeen goed ontwikkeld.

Daarom gaat het erom ook de andere kant te ontwikkelen, zodat je ook via die zijde goed kan gaan passeren. Maar hoe krijg je dat nu voor elkaar als je niet 2-benig bent? Daar zijn 2 manieren voor:

  1. Je kunt ervoor kiezen om je zwakke been verder te ontwikkelen, zodat je steeds meer 2-benig wordt. Hierdoor krijg je meer balgevoel in je zwakke been zodat je met dat been kunt gaan dribbelen en betere voorzetten kunt gaan geven;
  2. Je ontwikkelt een passeerbeweging, waarbij je met je voorkeursvoet de bal naar binnen naar je zwakke been tikt. Maar voordat je de bal met je zwakke been zou raken, tik je de bal met je voorkeursvoet langs de tegenstander, waardoor je binnendoor passeert.

 

1. Verbeter je zwakke been

Het verbeteren van je zwakke been vereist veel tijd, oefening en doorzettingsvermogen. Je leert als het ware opnieuw voetballen, maar nu met je andere been.

Balgevoel in je zwakke been ontwikkelen is hierbij cruciaal. Je kunt ermee beginnen om tijdens je training (meer) af te gaan wisselen tussen je linker- of rechterbeen. Als je van 10 korte passes die je altijd met rechts doet, begint om er eerst eens 2 met links te doen, dan heb je een begin.

Als je dat lang volhoudt, zul je meer balgevoel krijgen in links en kun je meer met links gaan doen. Bijvoorbeeld gaan dribbelen, meer en langere passes gaan geven. Totdat je uiteindelijk ook met je zwakke been kunt schieten en voorzetten geven.

Zie ook onderstaand korte filmpje van Adam Lallana over het trainen van de “weaker foot”:

 

2. Passerbeweging binnendoor trainen

Voor deze passeerbeweging hoef je dus niet je zwakke voet te trainen. Je tikt de bal dus naar binnen richting je zwakke voet. Voordat de bal daar is tik je met de punt/buitenkant voet van je voorkeursbeen de bal langs je tegenstander en versnel je. Dat laatste is belangrijk om te doen, om afstand te nemen van je tegenstander.

Van bovenaf ziet dit er als volgt uit:

 

Binnendoor passeren buitenspeler

 

Tip 3: Biedt je ook in de diepte aan

Hoe vaak zie je in de Nederlandse competitie een buitenspeler, die de bal in de diepte vraagt? Nauwelijks. Meestal wordt om een bal in de voeten gevraagd. Waarbij er ook nog eens verkeerd wordt aangeboden. Zie Tip 1 hoe je je wel goed aanbiedt. Het is ook een regelmatig terugkerend punt van kritiek van de voetbal analisten van Voetbal Inside: te weinig diepte op het veld.

Door het alleen maar vragen om ballen in de voeten wordt het aanvalsplan trager, voorspelbaar en is het moeilijker om de tegenstander uit positie te spelen. Juist doordat de spelers zonder bal de diepte ingaan, raakt de organisatie bij de tegenstander ontregeld.

AZ-speler en WK-ganger Alireza Jahanbakhsh was afgelopen seizoen één van de smaakmakers in de Eredivisie. Onder meer doordat hij juist wel diepte in zijn spel heeft. Daarbij heeft hij ook nog eens een goeie sprint en schot.

 

 

Tip 4: Train je snelheid

We noemden het al even in de Tip hierboven: sprintsnelheid. Je hoeft geen Usain Bolt te zijn, maar als je een complete buitenspeler wilt worden, dan zul je over een meer dan gemiddelde sprintsnelheid moeten beschikken.

Op sprint- en startsnelheid kun je trainen. Internet staat vol met tips en trainingsplannen om sneller te kunnen sprinten. Omdat snelheid voor ons een onderdeel van het totaalpakket aan tips voor buitenspelers, gaan wij daar nu niet uitgebreid op in. Zonder een goede techniek heb je als buitenspeler namelijk niet zo heel veel aan alleen maar pure sprintsnelheid.

Wij hebben onderstaand filmpje gevonden van Progressive Soccer, waarin 5 tips worden gegeven. Dit filmpje kun je als basis gebruiken om extra te gaan trainen op je snelheid in voetbal.

 

 

Tip 5: Werk aan je voorzet

De voorzet behoort tot de standaardkwaliteiten, waarover iedere buitenspeler moet beschikken. Als buitenspeler heb je als eerste taak het geven van assists en daarna het scoren van goals.

Tegenwoordig zie je dat buitenspelers alleen maar oog hebben voor hun eigen kansen en willen scoren. Terwijl juist een buitenspeler vanaf zijn positie goed kan inschatten wie er wel/niet goed vrij staat om te scoren. Juist de buitenspeler heeft dit goede overzicht!

Belangrijk is het dus om als buitenspeler die goede afweging te maken: wanneer kan ik op doel schieten en wanneer geef ik een pass of voorzet?

Omdat je als buitenspeler vaak in de positie zult komen dat je een voorzet moet geven, is het goed om hierop te trainen. Als je hierop gaat trainen, dan is ’t goed om jezelf verschillende traptechnieken aan te leren om een voorzet te geven.

Hieronder een overzicht van 3 verschillende traptechnieken om voorzetten te geven:

  1. Binnenkant voet. Als je met de binnenkant voet een voorzet geeft, let er dan op dat je deze niet ‘vol’ met je binnenkant raakt, maar meer bij het bovenste gedeelte van je voet waar je grote teen zit. Als je de bal daar raakt kun je ‘m meer vaart geven en beter sturen. Je krijgt dan een curve in je voorzet;
  2. Trap met de wreef. Een voorzet kun je ook met de wreef van je voet geven. Essentieel hierbij is dat je voet goed onder de bal komt, anders kun je de bal niet goed plaatsen;
  3. Buitenkant voet. Doordat buitenspelers vaker niet meer op de flank van hun voorkeursbeen spelen, zie je ook vaker dat een voorzet met buitenkant voet wordt gegeven. Dit is de lastigste van de 3 technieken, omdat het lastiger is om te richten en de juiste snelheid mee te geven.

In onderstaande video van Progressive Soccer worden alle 3 technieken gedemonstreerd:

 

 

 

 

 

Wat vind je van dit artikel? Geef je mening:

2 reacties

Lars · september 7, 2018 op 7:38 pm

Heel erg bedankt voor dit artikel! Ik ben altijd al een middenvelder geweest, maar mijn trainer vertelde mij dat hij meer potentie in mij ziet als een buitenspeler (linksbuiten om precies te zijn). Dus dit kan ik mooi gebruiken als een basis en steeds meer ontwikkelen.

Erwin · september 11, 2018 op 6:03 am

Graag gedaan. Veel succes met je verdere ontwikkeling als linksbuiten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *