Artikel laatst bijgewerkt op juli 17, 2018

Het scoren van doelpunten is misschien wel het mooiste onderdeel van voetbal. Daarom ook is de positie van aanvaller, één van de meest gewilde posities in het voetbal. Als je het goed doet als (vleugel)spits, kun je vaak in scoringspositie komen. En als je dan ook nog scoort is het helemaal top. Of dat je een prachtige assist geeft. Want een aanvaller kan natuurlijk ook prima als aangever fungeren. In deze post 5 tips voor spitsen en aanvallers.

 

Je moet altijd zorgen dat je een doelpunt meer scoort dan de tegenstander. [Johan Cruijff]

 

Talent en trainen

Er komt veel bij kijken als je dat allemaal wilt. Talent en scoringsinstinct* zijn natuurlijk belangrijk. Maar als aanvaller kun je jezelf ook heel veel vaardigheden aanleren. Dat is het mooie van voetbal. Door goed en slim te trainen kun je jezelf snel verbeteren.

Wij geven je een aantal tips waarmee je aan de slag kunt. Aan de slag om een betere aanvaller te worden. Want alleen talent is niet voldoende als je écht beter wilt worden.

 

*Scoringsinstinct wordt ook wel torinstinct genoemd. Torinstinct is het talent om doelpunten te maken. Het heeft te maken met soort van gevoel van hoe je een goal moet maken. Spitsen met torinstinct staan altijd op de juiste plaats en weten waar de bal komt. Of voelen aan waar de keeper staat, zonder dat ze gekeken hebben waar hij exact staat. Je kunt het niet echt leren.

Torinstinct komt uit het Duits. Een goed voorbeeld voor een typische spits met torinstinct is de Duitse spits Gerd Müller (‘Der Bomber’). Een echte goaltjesdief die altijd op de juiste plaats stond.

 

 

1. Werk aan je traptechniek

Wil je kunnen scoren, dan zul je in staat moeten zijn de bal op de juiste plaats in het doel te schieten. Zo simpel is het. Een goed schot is dan ook het eerste wapen van een aanvaller. Of je nou op de flanken of centraal staat. Als je kan vertrouwen op je schot, dan speel je gelijk al lekkerder. Het geeft je meer zelfvertrouwen.

Het recept voor een goede traptechniek is trainen, trainen en nog eens trainen. Alleen door heel veel te schieten wordt je traptechniek beter. Spelers met een fenomenale traptechniek als Ronald Koeman hebben daar jarenlang op getraind.

Koeman in AD daarover: “Corners en vrije trappen moeten goed verzorgd zijn. Het schot is trainbaar. Je denkt toch niet dat mijn vrije trap in de Europa Cup 1-finale van Barcelona toeval is geweest? Wij stonden drie keer per week te oefenen na de training. Was er geen keeper, dan zetten we poppen neer.”

Youtube staat helemaal vol met allemaal filmpjes over het trainen van traptechniek. Over schieten met de wreef of met de binnenkant voet. Veel van deze filmpjes richten zich op het schieten vanuit stilstand. Zoals onderstaande masterclass van David Beckham over het afstandsschot.

 

 

Naast het schieten vanuit stilstand is het aan te raden om te trainen op het schot vanuit de loop. Want hoe vaak komt het voor dat je in een wedstrijd rustig vanuit stilstand kunt aanleggen voor een schot. Juist een aanvaller zal vaak vanuit de loop moeten kunnen schieten.

 

2. Verbeter je balaanname

Juist als (vleugel)spits is het belangrijk dat je een bal goed kunt aannemen onder druk van een tegenstander. Omdat je (als het goed is) vaak op de helft van de tegenstander speelt, heb je meestal wel een verdediger van de tegenstander ‘in je rug’.

Hoe kun je je balaanname ‘onder druk’ verbeteren:

  • Werken aan je algemene basistechniek te werken. Het filmpje “Soccer Drills To Improve Touch , Ball Control , And Footwork” is een voorbeeld van het trainen van basistechniek;
  • Jezelf ‘breed maken’. Als je jezelf breed maakt in de duels ben je beter in staat de bal af te schermen. De tegenstander kan dan moeilijker bij de bal komen. Jezelf breed maken doe je door je armen naast je lichaam uit te strekken. Een scheidsrechter zal dit niet als een overtreding zien, zolang je niet gaat lopen trekken en hangen aan je tegenstander. Bijkomend voordeel van het breed maken is dat je beter in staat bent om je evenwicht goed te bewaren.

 

Over de targetman

Voor zowel centrumspitsen als vleugelspitsen is dit een goede balaanname belang. Een centrumspits die sterk en vast is in zijn balaanname kan bovendien goed als aanspeelpunt fungeren.

Hij kan de bal, met zijn rug naar de goal, goed vasthouden waardoor medespelers kunnen aansluiten. Vervolgens kan de centrumspits zijn medespelers aanspelen en zelf weer vrijlopen. Een centrumspits die ook als aanspeelpunt speelt, wordt ook wel ‘targetman’ genoemd. Deze Engelstalige video legt meer uit over het begrip targetman.

Ook Wim Kieft was in zijn tijd als spits bij PSV de ideale targetman. Doordat Kieft zo balvast was, kwam er rust in de opbouw van de Eindhovense ploeg en liet hij andere spelers beter spelen. Tijdens het succesvolle Europa Cup 1 seizoen 1987-1988 speelde hij een cruciale rol. Onder meer door in de uitwedstrijd bij Galatasaray (2-0 nederlaag, na 3-0 winst thuis), langdurig de bal af te schermen en op balbezit te spelen. Op die manier wist PSV onder de Turkse druk uit te komen en  net aan de tweede ronde te halen.

 

3. Passeerbewegingen

Het passeren van tegenstanders door schijnbewegingen, trucjes met de bal of een panna is ‘vet’ om te doen en te zien. Een aanvaller die een man kan passeren is goud waard. Je ontregelt de defensie van de tegenstander. En het geeft zelfvertrouwen. Ook voor het trainen van passeerbewegingen geldt dat YouTube je grootste vriend is. Je vindt hier heel veel tutorials en andere filmpjes over passeerbewegingen.  Denk maar aan Voetbal Tricks met Touzani of deze tutorial van Freekickerz.

Er zijn natuurlijk tal van passeerbewegingen. Het is absoluut niet de bedoeling om nu gelijk een circusartiest te worden 🙂 Het is mooi om er een paar passeerbewegingen eruit te kiezen. En vervolgens hierop te gaan trainen. Wil je beweging perfect beheersen dan zul je daar heel veel op moeten trainen. Passeerbewegingen kun je overal trainen. Met én zonder andere voetballers.

 

Hoe te trainen?

Het beste is om rustig te beginnen zonder tegenstanders. Je kunt je een tegenstander inbeelden en vervolgens ga je deze passeren met de door jou gekozen truc. Je begint langzaam in een traag tempo. Dat is belangrijk omdat je dan de basis van de beweging goed leert. Vervolgens voer je de snelheid op.

In een later stadium ga je het op de training met anderen erbij proberen. Door de beweging heel veel te oefenen, wordt het een onderdeel van je spel. Gevolg daarvan is dat je het, zonder dat je er echt bij nadenkt, ook in wedstrijden zult gaan gebruiken.

Om je een beetje inspiratie te geven, dit filmpje:

 

4. Hoe loop ik goed vrij?

Deze tip is specifiek voor de centrale aanvaller. Maar als vleugelspeler kun je er ook goed gebruik van maken.

Omdat je als (centrum)spits in de as van het veld speelt, ben je geneigd om ook in de as van het veld
vrij te lopen. Als spits kun je in de as op 2 manieren vrijlopen:

  1. In de bal komen;
  2. Vrijlopen in de diepte.

In het eerste geval beweeg je je naar de medespeler met bal toe om de bal te ontvangen. Vervolgens kun je de bal direct kaatsen of aannemen en in balbezit houden. In geval 2 zoek je ruimte achter de verdediging om de bal middels een dieptepass van een medespeler te ontvangen. Belangrijk hierbij is om buitenspel te omzeilen.

Naast het vrijlopen in de as van het veld, is het ook goed om als spits in de breedte van het veld te bewegen.

Vrijlopen in de breedte, een voorbeeld

Zo kun je als spits in de gaten duiken, die liggen achter de buitenspelers. Op die manier creëer je in het centrum ruimte voor andere spelers om op te komen. Doordat je als centrumspits ook de ruimte in duikt (achter de buitenspelers), is de kans groter dat je één tegen één komt te staan tegen een verdediger. Deze kun je dan uitspelen met een passeerbeweging (zie 3. Passeerbewegingen). Zie onderstaande afbeelding over het in de breedte vrijlopen door de centrumspits:

Spits vrijlopen in de breedte

Spits vrijlopen in de breedte

In bovenstaand plaatje zie je dat de aanvallende middenvelder in balbezit is. De rechtstreekse aanspeellijn naar de spits is afgeschermd door de verdedigende middenvelder van de tegenstander. Beide buitenspelers hebben ruimte gemaakt achter zich door naar de bal toe te bewegen.

De spits kan vervolgens in de ruimte achter deze buitenspelers duiken. Vervolgens kan de aanvallende middenvelder kan  doorschuiven naar de vrijgevallen plaats van de spits. Dit is slechts als voorbeeld van hoe een spits in de breedte kan bewegen. Er zijn natuurlijk talloze andere tactische varianten om bovenstaande plaatje op te lossen….

 

Als spits of aanvaller is de kans reëel dat je een keer een penalty mag nemen. Misschien ben je zelfs één van de vaste strafschopnemers van je team. In het artikel ‘Hoe kun je het best een penalty nemen‘, vind je allerlei tips voor het nemen van de perfecte penalty. Doe er je voordeel mee!

 

5. Vleugelspits: open staan

De vijfde en laatste tip is er één, specifiek voor buitenspelers.

Een term die je de laatste tijd vaker hoort is dat spelers ‘open’ moeten staan. Hiermee wordt bedoeld dat spelers die (nog) niet in balbezit staan, zo opgesteld moeten staan, dat ze meteen een vervolgactie kunnen maken als ze in balbezit komen.

Willem van Hanegem is iemand die het daar vaak over heeft. In het artikel “Jezelf ontwikkelen als buitenspeler” wordt in Tip 1 dieper ingegaan op “open staan als buitenspeler“.

 

Wat betekent dit nu specifiek voor vleugelaanvallers?

Dit betekent dat je als buitenspeler zoveel mogelijk met je rug naar de zijlijn moet staan. Op die manier kun je namelijk gelijk een actie maken zodra in je balbezit bent. Je hoeft niet eerst te kijken of je een tegenstander in de rug hebt. Doordat je zo opgesteld staat, heb je namelijk al gezien waar je tegenstanders zich bevinden.  Let maar eens goed op hoe Arjen Robben zich als buitenspeler opstelt.

 

Deze 5 tips, mits je ze goed past, gaan je als aanvaller écht beter te maken. Verwacht nu niet direct binnen 1 week resultaat. Wees geduldig. En je zal zien dat je binnen enkele maanden vooruitgang zult boeken.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *